Datering
Vervaardiger P. de [vervaardiger] Jong

Roerkop

Houten binnenschepen pronkten met hun achterschip. Bij het voorbij varen op rivieren en kanalen richtte de blik zich vanzelf op dit deel van het schip. Ook het roer achterop het schip kreeg veel aandacht. Er bestaan verschillende soorten versiering voor de bovenzijde van een roer: roerkoppen, roerklikken, roerleeuwen. Deze roerkop, met een rijke versiering van bloemen, wordt ook wel een 'flora' genoemd naar de godin van de lente.

Roerkop in de de vorm van een vrouwenhoofd. Getooid met roosjeshoed. Zij draagt een halsketting. Voor haar ontblote borsten is een wapenschildje, omringd met bloemen met de tekst "P. de Jong" aangebracht. Meerkleurig beschilderd. Deze zgn. 'Flora' zou uit Schellinkhout afkomstig zijn. Geplaatst op sokkel. Beschildering beschadigd en los.

Identificatie
Titel
Roerkop
Objectnummer
006792
Objectcategorie
Scheepsonderdelen
Objecttype
  • roerkop
    Bovenkant of kop van de roerkoning waarin of waarover de helmstok zit. (MARDOC)
  • scheepssier
    Al dat geen aan boord van een schip dat mooier gemaakt is dan strikt noodzakelijk is of dat voornamelijk voor het mooi aangebracht is. (De Binnenvaart)
Over
Trefwoorden
  • scheepssier
    Al dat geen aan boord van een schip dat mooier gemaakt is dan strikt noodzakelijk is of dat voornamelijk voor het mooi aangebracht is. (De Binnenvaart)
Werk
Breedte
24.0 cm
Hoogte
56.0 cm
Museum
Zuiderzeemuseum Enkhuizen
Vervaardiging
Vervaardiger
  1. P. de [vervaardiger] Jong (vervaardiger)
Datering
Materiaal
  • eikenhout
    Eiken is het hout van de Quercus robur. Het hout is hard en goed bestand tegen water. Het is in Noord-Europa op grote schaal gebruikt in de bouw, voor schepen, meubels en panelen. (Conservation Dictionary)Eikenhout is het hout van de eikenboom. Eikenhout is een zeer duurzame houtsoort met wijde poriën, en met brede glinsterende spiegels wanneer het dosse gezaagd is. Het is belangrijk materiaal voor balken, kappen, kozijnen, deuren, betimmeringen e.d.. Tot in de 17e zeer algemeen toegepast, tegenwoordig door schaarste kostbaar en als timmerhout vrijwel geheel door naaldhout verdrongen. Het laat zich goed besnijden en is daarom geschikt voor het maken van meubels. Voor betimmeringen gebruikte men graag wagenschot en gekloofde planken. Eikenhout werd doorgaans aangeduid naar de plaats van herkomst of naar de doorvoerhaven: bv. Deventer hout, Zutphense planken, Hasselts hout (aangevoerd langs de Overijsselse Vecht), Rijns eiken, Wezels hout (langs de Lippe, Ruhr en Rijn aangevoerd), Brabants hout. Noords eikenhout kwam uit Noord-Duitsland en de Oostzeelanden. In Oost-Nederland werd veel inlands eiken verwerkt. Thans is er in hoofdzaak Frans, Westfaals en Slavonisch eiken in de handel. (Haslinghuis)
  • verf
    Iedere dispersie van een pigment in een oplosmiddel van water, olie of een andere organische stof. (AAT-Ned)
Techniek
  • houtsnijwerk
    Houtsnijwerk is hout, dat bewerkt is met een stuk snijdgereedschap, waardoor het een bepaalde vorm krijgt. Dit wordt dan op bijvoorbeeld klokken of meubilair aangebracht om het er mooier uit te laten zien. Vroeger was dit het ambacht van de houtsnijder en de beeldsnijder, tegenwoordig wordt het vaak machinaal met een freesmachine aangebracht. (Wikipedia)
Verwerving en licentie
Verworven
aankoop 16 augustus 1960
Copyright
BY-SA
Reproductie
Vervaardiger van reproductie
Picturae , Picturae