Datering
Vervaardiger Eduard Alexander Hilverdink

Het Reghtshuys in Watergraafsmeer

Gezicht op een stenen boogbrug, de Oetewalerbrug, over kanaal, de ringsloot.

Uitgebreide beschrijving

Gezicht op een stenen boogbrug, de Oetewalerbrug, over kanaal, de ringsloot. Op de brug een toegangspoort met smeedijzeren hek. De poort bestaat uit twee monumentale pilaren. Links rijdt juist een vierwielig open rijtuig met een paard de brug op. Links een huis met klokgevel, uit de schoorsteen komt rook. Langs de oever van de ringsloot een boenbank waarop twee vrouwen de was aan het doen zijn; één spoelt de was uit in het water. Een stapel wasgoed ligt naast haar. Deels onder de brug een schuit met een tenen viskaar. Op de voorgrond twee vissers in een boeier met gestreken mast; ze zijn bezig met de netten. Naast de boeier twee tenen viskaren drijvend in het water. Ook op de wal liggen twee viskaren en vier palingkubben. Rechts van de brug op de voorgrond het tolhuis met schuren; erachter een witte gevel met een manskop. Geheel rechts is het rechthuis uit 1777 te zien vanaf de zijkant van het gebouw. Het rechthuis staat op de hoek van de Middenweg. Het werd ook gebruikt als zetel van het waterschapscollege. Rechts van het tolhuis een wit hek met slagboom. Over het hek liggen netten te drogen. Op de Ringdijk een man met een platte mand onder de arm. In het gras op de voorgrond liggen twee kinderen in het gars met een geit aan de lijn. Signatuur Hilverdink rechtsonder.

Identificatie
Titel
Het Reghtshuys in Watergraafsmeer
Objectnummer
022556
Objectcategorie
Schilderkunst
Objecttype
  • schilderij
    Geschilderde voorstellingen op panelen of opgespannen doek, meestal van draagbaar formaat. Vooral te onderscheiden van 'muurschilderingen' en 'verluchtingen' in manuscripten.Geschilderde voorstellingen op panelen of opgespannen doek, meestal van draagbaar formaat. Vooral te onderscheiden van 'muurschilderingen' en 'verluchtingen' in manuscripten. (AAT-Ned)
Over
Trefwoorden
  • waterschapshuis
    Gemeenlandshuizen zijn gebouwen waarin het bestuur van een waterschap is gevestigd.
  • brug (bouwwerk)
    Vaste of beweegbare verbinding voor het verkeer tussen twee punten die door water, een kloof, dal of lage weg van elkaar zijn gescheiden. Materiaal: hout, steen, ijzer, staal of gewapend beton.Houten bruggen zijn vast of beweegbaar. De vaste bruggen bestaan uit een op balken getimmerd en van leuningen voorzien plankier dat, naarmate de spanwijdte groter is, door meer jukken ondersteund wordt: balk- of liggerbrug. Om het mogelijk te maken dat een schip een dergelijke brug doorvaart zonder dat de mast gestreken hoeft te worden, werd er soms een (zie) oorgat in gemaakt.Ter bescherming tegen weersinvloeden, ook als defensiemiddel, werden bruggen soms overdekt (c. 1300 Doornik; 1333 Luzern, XVI Bern).Tot de beweegbare bruggen behoren:–#klap- of ophaalbrug. Hierbij is het dek, de val of klap, aan één zijde scharnierend opgehangen. De klap kan worden opgehaald en neergelaten. De oudste vorm is te vinden aan burcht- en vestingpoorten. De klap wordt met kettingen, die over katrollen lopen, van binnen uit de poort opgehaald en fungeert dan tegelijk als afsluiting van de poortopening. Bij een latere vorm die zowel aan poorten als vrijstaand voorkomt, hangt de klap met kettingen aan de uiteinden van sprieten, die op de poortmuur of op een (zie) hameipoort liggen en aan de andere zijde verbonden zijn door een tegenwicht. Het geheel ligt in balans.–#draaibrug. Deze draait horizontaal. Het draaipunt ligt op ongeveer een derde van de lengte van de brug. De achterzijde is ook hier verzwaard. –#rolbrug. Deze wordt op rollen horizontaal over de opening geschoven.Bij stenen bruggen wordt het wegdek gedragen door één of meer bogen. De Romeinen waren de eersten die booggewelven voor bruggenbouw gebruikten. Bij (zie) aquaducten komen overspanningen voor tot c. 30 m. Uit 1185 dateert de brug van Avignon, die ellipsbogen heeft. Hier en elders gaf men de pijlers aan de zijde van waar het water komt een wigvormige uitbouw om de stroom te breken. Sinds XIII krijgen de bogen soms de spitse vorm, vooral in Spanje en Zuid-Frankrijk (Moorse invloed). Later kwam de vorm van de korf- en de segmentboog. De middelste boog is vaak breder dan de andere en de bogen klimmen, zodat het brugdek naar het midden stijgt. De rondbogige doorgang blijft door alle tijden toegepast. In een boog aan een van de oeverzijden bracht men wel eens schepraderen aan om een molen te drijven. Op de brug is soms een kapelletje voor de schutspatroon, elders een beeld van de ‘bruggenheilige’ Johannes Nepomuk (die in 1393 in Praag van de Karelsbrug in de Moldau werd geworpen). In het m.e. gesloten stadsbeeld past de brug die met (deels over het water hangende) huizen is bebouwd: Ponte Vecchio te Florence, Rialto-brug te Venetië, Pont au Change en Pont Notre Dame in Parijs, High Bridge te Lincoln.Bij sommige kastelen in Utrecht treft men in XVII een brug aan met een loopvlak boven en onder, (zie) Utrechtse brug.De defensie van een belangrijke rivierovergang bestond uit de plaatsing van een toren met poortdoorgangen op de bruggenhoofden of midden op de brug. Aan de veldzijde werd een (zie) barbacane voorgeschoven. Voorb.: Cahors (1308), Loirebrug bij Tours, Donaubrug te Regensburg (c. 1140). De Maasbrug te Maastricht had oorspr. op elk hoofd een vierkante toren en haar meest oostelijke boog was tot 1827 van hout, dus makkelijk te verwijderen. Het stadsbeeld van vele steden in de Nederlanden wordt bepaald door de stenen boogbruggen: Alkmaar, Amsterdam, Brugge, Delft, Leeuwarden, Leiden, Utrecht. De beperkte doorvaartmogelijkheid maakte soms een afwisseling met ophaalbruggen nodig.De brug kan ook opgehangen worden aan kabels of kettingen aan twee hoofdjukken aan de uiteinden, hangbrug. Sedert XXb wordt van deze techniek veelvuldig gebruik gemaakt voor grote verkeersbruggen in staal en beton.De Iron Bridge bij Coalbrookdale in Engeland (1779) was de eerste boogbrug die in ijzer werd geconstrueerd. Sedertdien zijn talrijke bruggen in giet- en smeedijzer, staal en in gewapend beton gebouwd. Hieronder behoren basculebruggen (met een tegengewicht aan de achterzijde van de klap) en hefbruggen, waarbij het brugdek tussen vier torens omhoog wordt gehesen.Niet geheel aan de definitie die aan het begin is gegeven, voldoet de (zie) luchtbrug, een verbinding tussen de verdieping van twee afzonderlijke gebouwen of vleugels. Voorb.: overdekte gang tussen slot en Hofkirche te Dresden (XVIII), de Brug der Zuchten tussen het Dogenpaleis en de naastgelegen gevangenis te Venetië. (Haslinghuis)
  • stads- en dorpsgezicht
    Een beschermd stads- of dorpsgezicht is een gebied binnen een stad of dorp met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. Door deze bescherming blijft het cultuurhistorische karakter behouden. In Nederland zijn er ruim 450 van deze beschermde gebieden.In de Erfgoedwet staan stads- en dorpsgezichten omschreven als: 'Groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden'.
Werk
Breedte
111.5 cm
Hoogte
76.5 cm
Museum
Zuiderzeemuseum Enkhuizen
Vervaardiging
Vervaardiger
  1. Eduard Alexander Hilverdink (vervaardiger)
  2. Eduard Alexander Hilverdink (kunstschilder)
Datering
Materiaal
  • doek (materiaal)
    Doek is een geweven textielen stof. (Wikipedia)
  • olieverf
    Een verfstof waarin drogende olie als drager voor het pigment fungeert. (AAT-Ned)
Techniek
  • geschilderd
    Schilderen: oppervlakkige behandeling, bestaande uit het aanbrengen van één of meer verflagen.
Verwerving en licentie
Verworven
aankoop 2 september 1999
Copyright
BY-SA
Locaties
  • Amsterdam
  • Watergraafsmeer
Reproductie
Vervaardiger van reproductie
Picturae
schilder, tekenaar, aquarellist

Eduard Alexander Hilverdink

Amsterdam, 12 mei 1846 – 12 oktober 1891
Lees meer
RKD

Trefwoorden